Je bent hier:

Nieuwsbrief

Volg ons op Facebook

 

Scherptediepte

Een effect dat bij veel foto's gebruikt kan worden, is scherptediepte. Dit betekent hoeveel afstand er nog scherp is voor en na het onderwerp waarop je hebt scherpgesteld.

Als we scherpstellen met onze camera, dan meet de camera hoeveel afstand er zit tussen je camera en het onderwerp. Op deze afstand wordt er scherpgesteld. Je camera geeft dit aan met gekleurde vakjes of puntjes. Zo kun je zien welk onderwerp de camera gebruikt om op scherp te stellen.

Onderwerpen die op een andere afstand staan dan waarop je hebt scherpgesteld, worden onscherp. Hoe onscherp ze worden, hangt af van een aantal factoren.

1. Zit er diepte in je onderwerp?
Staat er iets op de foto voor of achter je onderwerp dat op een andere afstand staat? Zoniet, dan zal je geen verschil in scherptediepte zien. Fotografeer je bijvoorbeeld een muur recht van voren, dan is er geen verschil diepte in je foto, en zal de hele muur dus scherp worden. Fotografeer je dezelfde muur schuin, dan ontstaat er wel diepte. Dit zie je ook duidelijk bij het volgende voorbeeld met een boom.

Scherptediepte boom 1Scherptediepte boom 2

2. Hoe ver sta je van je onderwerp?
Als je dicht op je onderwerp staat, bijvoorbeeld op minder dan 1 meter afstand, dan ontstaat er weinig scherptediepte in je beeld. Neem je wat meer afstand, dan zul je ook meer scherptediepte in je foto terugzien.

Bij de onderstaande foto's staan we dichtbij het onderwerp en zien we maar weinig scherptediepte.

Scherptediepte dichtbij bladScherptediepte dichtbij ketting

3. Ben je in- of uitgezoomd?
Met de meeste lenzen kun je tegenwoordig in- en uitzoomen. Afhankelijk van het type camera kun je hiervoor aan de lens draaien of gebruik je een knopje of wieltje. Fotografeer je een onderwerp op de groothoeklens, je ziet dan een brede hoek in beeld, dan krijgt je foto veel scherptediepte. Zoom je wat meer in, dan krijg je minder scherptediepte in beeld.

Op de lenzen van de spiegelreflexcamera’s staan waardes aangegeven in mm. Deze geven aan hoe ver je bent in- of uitgezoomd. Lage waardes, bijvoorbeeld 18 of 24mm, geven de groothoeklens aan. Tussen de 35 en 50mm zien we door de lens ongeveer hetzelfde als we met onze ogen scherp kunnen zien als we voor ons uitkijken. We noemen dit daarom de standaardlens. Als we verder omhoog doordraaien gaan we verder inzoomen en komen we in de categorie telelens. De onderstaande foto van het landschap is met een groothoeklens gemaakt, de foto van de geitjes met een telelens.

Scherptediepte groothoeklens3 geiten op een rij

4. Welk diafragma heb je ingesteld?
Als je bij het fotograferen zelf het diafragma instelt, kun je hiermee ook de hoeveelheid scherptediepte beïnvloeden. Dit doe je als je fotografeert op de A of Av stand van de camera of op het volledig manuele M programma.

Het diafragma bestaat uit een aantal lamellen die in de lens zitten die samen een cirkel vormen. Deze cirkel kan groter of kleiner worden, door ze verder open of dicht te schuiven. Je kunt hiermee het gat in de lens dus groter of kleiner maken. Als we een groot gat instellen (groot diafragma, laag getal) dan krijgen we weinig scherptediepte in de foto. Stellen we een klein gat in (klein diafragma, hoog getal) dan krijgen we veel scherptediepte. Uiteraard hangt dit ook sterk samen met de 3 bovengenoemde punten.

Scherptediepte diafragma grootScherptediepte diafragma klein

Oefening
- Maak een foto met daarin heel weinig scherptediepte. Je kunt de bovengenoemde tips hiervoor gebruiken.

Via deze link kun je je foto aanmelden voor de oefening...

Alle inzendingen van andere deelnemers kun je hier bekijken...

In de praktijk leren oefenen
Wil je samen met ons leren hoe je zaken als scherptediepte en beweging zelf kunt instellen op je camera, kijk dan eens bij onze Basisworkshop.

Deel deze pagina met anderen: